Paasboodschap in tijden van schaamte

De afgelopen dagen ben ik bezig geweest met de herformulering en herordening van een aantal ideeën uit mijn boek Vrouwen, Jezus en rock-‘n-roll – Met René Girard naar een dialoog tussen het christelijk verhaal en de populaire cultuur. Ik wou mij, in de aanloop naar Pasen, opnieuw bezinnen over het zogenaamde ‘verrijzenisgebeuren’. Uiteindelijk heb ik volgend artikel gebrouwen – wie geïnteresseerd is, kan het hier lezen:

KLIK OM TE LEZEN: HET VERRIJZENISGEBEUREN, VANUIT DE MIMETISCHE THEORIE (PDF)

Ik heb geen voetnoten toegevoegd, maar geoefende lezers zullen echo’s vinden van filosofen als Friedrich Nietzsche (1844-1900) en Max Scheler (1874-1928) – beiden voor wat betreft hun inzichten over het ‘ressentiment’ –, en van taalfilosofen als Ludwig Wittgenstein (1889-1951) – zijn ‘meaning is use’ – en Ian Ramsey (1915-1972) – meer bepaald zijn bevindingen over wat hij ‘disclosures’ noemt. Daarnaast is natuurlijk het denken van René Girard aanwezig, en vooral ook dat van James Alison – die de mimetische theorie, in navolging van iemand als de Zwitserse Jezuïet Raymund Schwager (1935-2004), in de theologische tradities van het christelijk verhaal heeft geïntegreerd.

Naar aanleiding van de zeer recente gebeurtenissen in verband met seksueel misbruik in de kerk, heb ik op het einde, ook als gelovige, vanuit een confrontatie met het leed van de slachtoffers en omdat ik, zoals velen, verontwaardigd en beschaamd ben door wat hen blijft overkomen, een ‘machteloze oproep’ willen doen naar de daders. Noch onze liefde voor de slachtoffers, noch onze morele verontwaardiging kan, blijkbaar, een dader van seksueel misbruik tot meer medemenselijkheid en liefde ‘dwingen’:

Het leven van Jezus wijst tegelijk op de machteloosheid en de macht van de Barmhartigheid – de Agapè. Deze Liefde is ten eerste machteloos. De mens die er uit probeert te leven heeft geen garanties dat de kwetsbare houding waarmee hij zich opstelt, zal geïmiteerd worden door zijn medemensen. Als je de geldingsdrang van een ander niet beantwoordt met geldingsdrang, als je ‘het geslagen worden op de wang’ niet met ‘slaan’ beantwoordt maar ‘de andere wang aanbiedt’, geef je inderdaad aan je belager de kans om jou niet nog eens te kwetsen, maar tegelijk loop je het risico dat je geen tedere barmhartigheid ondervindt en opnieuw gekwetst of ‘gekruisigd’ wordt – dat je een zoveelste ‘kaakslag’ krijgt te verduren. Ondanks alles blijft de Liefde waarvan Jezus getuigenis aflegt, wachten op de ‘bekering van de zondaar (in ieder van ons!). Jezus veroordeelt in zijn optreden radicaal de zonde (‘de daad’), maar geeft tegelijk zijn geloof in (de goedheid van) mensen niet op.

Hieruit blijkt ten tweede, en paradoxaal genoeg misschien, toch ook de macht van de Agapè. De Barmhartigheid is niet afhankelijk van de houding van een ‘misdadiger’ of ‘vervolger’. Zelfs als een dader geen berouw toont voor zijn misdrijven, kan een slachtoffer zijn zelfrespect bewaren. De houding van een dader hoeft niet per se de houding van het slachtoffer te bepalen. Slachtoffers kunnen vrij worden in een hernieuwde Liefde voor het ‘leven’ die voor koppige, hardleerse of zelfs ‘zieke’ en ‘verdorde’ daders verborgen blijft. In ieder geval ontsnapt de steun en de Liefde die de naasten van het slachtoffer aan het slachtoffer willen bieden totaal aan de greep van de dader. Hopelijk laten slachtoffers zich uiteindelijk door deze Liefde dragen, en krijgen zij die ‘slaan’, ‘vervolgen’ en ‘verkrachten’, niet het laatste, heerszuchtige woord over het leven van hun slachtoffers. Dat is de hoopvolle realiteit waarnaar de nieuwtestamentische Paasboodschap, ondanks alles, tracht te verwijzen.

In een wereld waarin daders van seksuele misdrijven in de kerk zich, op een jaloerse wijze, onheus behandeld voelen omdat daders ‘uit andere sectoren’ niet ‘even streng’ zouden worden aangepakt, klinken de woorden die de vaderfiguur uit Jezus’ ‘parabel van de verloren zoon’ spreekt tot zijn verongelijkte oudste zoon op een nieuwe wijze. Ze klinken namelijk als een blijvende oproep naar de daders om oog te hebben voor de genade die ze onverdiend al mochten genieten van de samenleving. En bovenal klinken ze als een oproep om het slachtoffer van hun misdrijven te erkennen. In navolging van het oudtestamentische verhaal waarop Jezus met zijn parabel alludeert – het verhaal over Kaïn die uit begeerte naar een bepaalde vorm van erkenning zijn broer Abel vermoordt –, kunnen we mét de Bijbelse God de ‘Kaïns’ van het seksueel misbruik toeroepen:

“Hoor, het bloed van uw broer roept uit de grond naar Mij!” (Gen.4,10b).

Via Crucis

Last year I made a video for our school, allowing pupils as well as colleagues to contemplate the Stations of the Cross. Originally this video used Dutch translations of the biblical texts, but for this blog I replaced them by English ones, so the video can be understood by a wider audience.

My interpretation of the Via Crucis is based on the so-called biblical Way of the Cross, which is a variation on the more traditional forms from the Middle Ages.

The music and paintings I used are mainly from 20th century and contemporary artists. Even the excerpt from Allegri’s Miserere is presented in a modern arrangement. I explicitly and consciously chose certain music to accompany the images and texts of the Via Crucis. If you’re interested, and want to contemplate even more intensely, click here to read the lyrics from the music. The prayer at the ending is ascribed to Saint Francis of Assisi (1181-1226).

CLICK TO WATCH the video right here:

Archbishop Piero Marini writes the following on the biblical Way of the Cross (text from the ‘Office for the Liturgical Celebrations of the Supreme Pontiff’):

  Compared with the traditional text, the biblical Way of the Cross celebrated by the Holy Father at the Colosseum for the first time in 1991 presented certain variants in the «subjects» of the stations. In the light of history, these variants, rather than new, are – if anything – simply rediscovered.The biblical Way of the Cross omits stations which lack precise biblical reference such as the Lord’s three falls (III, V, VII), Jesus’ encounter with his Mother (IV) and with Veronica (VI). Instead we have stations such as Jesus’ agony in the Garden of Olives (I), the unjust sentence passed by Pilate (V), the promise of paradise to the Good Thief (XI), the presence of the Mother and the Disciple at the foot of the Cross (XIII). Clearly these episodes are of great salvific import and theological significance for the drama of Christ’s passion: an ever-present drama in which every man and woman, knowingly or unknowingly, plays a part.

[…] The Congregation for Divine Worship on various occasions in recent years authorised the use of formulas alternative to the traditional text of the Way of the Cross.

With the biblical Way of the Cross the intention was not to change the traditional text, which remains fully valid, but quite simply to highlight a few «important stations» which in the textus receptus are either absent or in the background. And indeed this only emphasises the extraordinary richness of the Way of the Cross which no schema can ever fully express.

The biblical Way of the Cross sheds light on the tragic role of the various characters involved, and the struggle between light and darkness, between truth and falsehood, which they embody. They all participate in the mystery of the Passion, taking a stance for or against Jesus, the «sign of contradiction» (Lk 2,34), and thus revealing their hidden thoughts with regard to Christ.

Making the Way of the Cross, we, the followers of Jesus, must declare once more our discipleship: weeping like Peter for sins committed; opening our hearts to faith in Jesus the suffering Messiah, like the Good Thief; remaining there at the foot of the Cross of Christ like the Mother and the Disciple, and there with them receiving the Word which redeems, the Blood which purifies, the Spirit which gives life.

(Piero Marini is Titular Archbishop of Martirano and Master of the Liturgical Celebrations of the Supreme Pontiff).