Hoe OpenVLD en N-VA zichzelf dreigen te verliezen in hun strijd tegen het katholiek onderwijs

Naar aanleiding van de discussie over de organisatie en de inhoud van het levensbeschouwelijk onderwijs in Vlaanderen schreef ik een opiniestuk voor de website Thomas (over godsdienstonderwijs, KU Leuven). Het stuk kreeg als titel Twee uur levensbeschouwelijke grammatica en woordenschat zijn geen luxe, en werd opgenomen in een dossier dat aan de regeringspartijen werd bezorgd.

Hierna volgen nog enkele bijkomende bedenkingen.

Korte kroniek van een symbooldossier: politieke spelletjes vs de strijd om een EERLIJK DEBAT

Op de website van Doorbraak (https://doorbraak.be/) verschijnt op 3 september 2019 een artikel van de hand van Pieter Bauwens met als titel Halveren N-VA en OpenVLD aantal uren godsdienst in secundair onderwijs?

Daaruit blijkt dat beide politieke partijen een beknotting van het vak godsdienst beogen, zij het om enigszins verschillende redenen. Dat bemoeilijkt alvast ook op dat vlak een duurzaam pact tussen N-VA en OpenVLD.

Volgens prominente stemmen binnen de N-VA zet het jonge concept van de “katholieke dialoogschool” de deur wagenwijd open voor een sluimerende islamisering van de Vlaamse cultuur. Die kritiek gaat eigenlijk uit van een verkeerde voorstelling van zaken. Niettemin is ze voldoende om een bepaald soort perceptie van het katholiek onderwijs te creëren die kwaad bloed zet bij de bredere achterban van de N-VA. Op de koop toe vervangt de katholieke onderwijskoepel ook nog eens één uur Nederlands in de eerste graad door een nieuw vak Mens & Samenleving – in voege vanaf september 2019. Ook dat is niet naar de zin van veel N-VA’ers. Het vak Nederlands is te belangrijk voor hen om aan de uren ervan te tornen.

Katholieke Dialoogschool.jpg

Zoals N-VA en de andere Vlaamse partijen pleit ook OpenVLD voor een grondig onderwijs van de Nederlandse taal. Wellicht is dat voor OpenVLD voldoende om niet gelukkig te zijn met de afschaffing van een uur Nederlands in de eerste graad van het katholiek onderwijs. Anderzijds kunnen de Vlaamse liberalen moeilijk ontevreden zijn over de lesruimte die een vak als Mens & Samenleving krijgt. Ze ijveren immers al jaren voor de invoering van een vak LEF (“Levensbeschouwing, Ethiek, Filosofie”), en Mens & Samenleving sluit daar inhoudelijk bij aan.

Sterk Nederlands taalonderwijs hangt natuurlijk niet alleen af van het aantal uren Nederlands op een school. Toch schijnen N-VA en OpenVLD vastbesloten om meer uren voor het vak Nederlands te voorzien. Beide partijen zijn het er blijkbaar over eens dat omwille daarvan één van de twee uren godsdienst moet sneuvelen.

Het zal nog moeten blijken of een politieke overwinning op één aspect van het taalbeleid van de katholieke onderwijskoepel opweegt tegen de mogelijke verliezen. OpenVLD zou erin moeten slagen om het enig overgebleven uur godsdienst te laten verdwijnen als ze het vak LEF alsnog op een gebrekkige manier wil invoeren (als een vak van één uur, wat de inhoudelijke ambities van LEF compleet onmogelijk maakt). Of het zou moeten zijn dat OpenVLD eraan denkt om te knippen in het pakket van andere vakken (bijvoorbeeld geschiedenis), maar dat lijkt onwaarschijnlijk. Het is bovendien nog maar de vraag of het vak LEF uiteindelijk nog nodig is. Naast het nieuwe vak Mens & Samenleving is er immers ook een nieuw leerplan voor godsdienst. Dat plan voldoet in meerdere opzichten aan basisverzuchtingen van voorstanders van LEF. De eliminatie van het vak “godsdienst” zou dan vooral een symbolisch statement zijn.

Eist OpenVLD werkelijk dat het katholiek onderwijs het vak godsdienst opgeeft en daarmee ook de vrijheid om zichzelf te zijn? Zal OpenVLD principieel maar één levensbeschouwelijk pedagogisch schoolproject toelaten, inhoudelijk bepaald van staatswege? Dat druist in tegen alle basisprincipes van een partij die zichzelf “liberaal”, “democratisch” en “rationeel” noemt.

Kortom, in haar ideologische strijd tegen de essentie van het katholiek onderwijs bestrijdt de Vlaamse liberale partij paradoxaal genoeg ook zichzelf.

Het is bijzonder twijfelachtig dat N-VA zal meegaan in het begraven van een vak dat essentiële aspecten belicht van levensbeschouwelijke tradities die – ten goede en ten kwade – bepalend zijn geweest voor het Europese zelfbegrip.

Niemand is gebaat bij een cultureel maatschappelijke afkalving door een verzwakt levensbeschouwelijk onderwijs, ook niet als daardoor een zogenaamde “vijand” lijkt te worden vernietigd. De pluraliteit aan stemmen in Vlaanderen heeft bestaansrecht. Laten we dat zo houden.

P.S.: Eerder schreef ik een pamflet dat een aantal verkeerde veronderstellingen en soms valse aantijgingen over het huidige godsdienstonderwijs in kaart brengt en kritisch belicht. Daarvan lees je de korte versie hier, de volledige versie hier.

Het pamflet werd door meer dan 1000 mensen ondertekend (van jong tot oud, van gelovigen tot ongelovigen, van studenten tot professoren). Alsnog ondertekenen kan via volgende link: https://www.kuleuven.be/thomas/page/godsdienst-met-of-zonder-lef/

Katholieke Dialoogschool (vak rooms-katholieke godsdienst)

De storm is voorlopig gaan liggen, maar de ronduit oneerlijke manier waarop sommige opiniemakers het debat over het levensbeschouwelijk onderwijs vaak voeren, vereist een blijvende kritische en wetenschappelijk gefundeerde waakzaamheid.

Joël De Ceulaer is één van die opiniemakers. De inleiding van Knack op een artikel van hem aangaande levensbeschouwelijk onderwijs liegt niet om de laag-bij-de-grondse “trukendoos” die soms wordt bovengehaald:

“Naar aanleiding van de jihadistische aanslagen in en rond Parijs pleitte Knack-journalist Joël De Ceulaer in het Radio 1-programma Hautekiet voor de afschaffing van levensbeschouwelijke schoolvakken. Herlees hier de ‘Lastpost’ die hij daarover schreef in Knack van 5 november 2014.”

Joël De Ceulaer opnieuw pamflet Godsdienst met of zonder LEF

Gelukkig zijn de traditionele media niet de enige spreekbuis meer. Er zijn genoeg nieuwe kanalen waarlangs “dissidente stemmen” zich kenbaar kunnen maken, tot spijt van wie het benijdt…

Tussen 9/11 (Twin Towers) en 11/9 (Trump Tower)

Op 7 september 2005, beïnvloed door het werk van politicoloog Benjamin Barber en socioloog Manuel Castells, schreef ik onder andere het volgende voor een artikel in Tertio. Blijkbaar is er sindsdien niet zoveel veranderd in de wereld. Enkele evoluties hebben zich gewoon doorgezet (ik geef een aantal voorbeelden tussen haakjes):

In Europa, maar ook daarbuiten, is aan de ene kant een soms merkwaardige alliantie ontstaan tussen linkse krachten en moslims [ook nu nog, bijvoorbeeld: moslim Dyab Abou Jahjah in De Afspraak op één, 22 november 2016, die zijn sympathie uitspreekt voor sp.a, groen en PVDA] die de islamitische zaak bepleiten tegenover de rechtse politiek van een George W. Bush – vertegenwoordiger van een soort ‘christelijk patriottisme’ –, en aan de andere kant een even opportunistisch verbond tussen joodse en christelijke fundamentalisten met extreemrechtse tendensen [ook nu nog, bijvoorbeeld: de – door sommigen genoemde – ‘christelijke kruisvaarder’ van het kabinet van Donald Trump, Steve Bannon, die goed bevriend was met wijlen Andrew Breitbart, een overtuigde jood; beiden zijn bekend van het rechtse Breitbart News Network].Beide partijen gaan elkaar te lijf met – alweer, hoe kan het ook anders – het recht op vrije meningsuiting. Dat conflict dreigt ons af te leiden van het echte probleem, namelijk dat zowel linkse als rechtse Europese politici en mediafiguren zich almaar meer uitspreken tegen een of andere vorm van geloof en godsdienst [ook nu nog, bijvoorbeeld: Filip Dewinter die de koran een ‘licence to kill’ noemt op 22 januari 2015, in het Belgische federale parlement; Joël De Ceulaer die op 13 januari 2015 via de website van Knack oproept om het godsdienstonderwijs af te schaffen na de aanslagen op Charlie Hebdo – zie ook Maarten Boudry in dit straatje, die ‘het politiek niet correcte denken over islam niet gemonopoliseerd wil zien door extreemrechts’; zie in dit verband: The Fascism of Anti-religious Utopians].

We mogen niet vergeten dat fundamentalistische christenen en moslims bondgenoten zijn in zoverre ze beiden strijden tegen een in hun ogen decadente westerse consumptiemaatschappij die geen voordeel haalt uit duurzame principes en levensprojecten, en er daarom ook weinig of geen ruimte aan biedt.

Kortom, de markteconomische ontwrichting van het sociale weefsel leidt, globaal, tot psychosociale problemen van autoagressieve aard (toename van het aantal depressies, zelfmoorden, zelfdestructieve verslavingen en eetstoornissen), alsook tot psychosociale problemen van heteroagressieve aard (extremistische, vaak gewelddadige en terroristische ‘tegenculturen’ – van zowel religieuze als seculiere aard – die hun leden een duidelijke identiteit verschaffen).

Polariserende identiteitsconstructies in onze samenleving, à la Trump, zullen niet gauw verdwijnen zolang de mainstream media weinig ruimte bieden aan diversiteit. Wie, bijvoorbeeld, als gelovige, maar ook als ongelovige, argumenteert tégen (de propaganda van) het mainstream idee over geloof en godsdienst, wordt vaak weggezet als ‘een uitzondering’. Als gelovige krijg je dan meestal te horen dat de eigen, individuele geloofsopvatting niet van tel is omdat ze niet zou overeenstemmen met wat en hoe ‘de meeste gelovigen’ geloven. Dat is alweer een standaardreactie die nauwelijks in vraag wordt gesteld.

Wat een Etienne Vermeersch als bevooroordeelde anti-theïst over godsdienst te vertellen heeft, krijgt in de mainstream meer ruimte dan wat een (eveneens bevooroordeelde) gelovige als Rik Torfs daarover kwijt kan. Het geloof van Torfs zou dan ‘te intellectueel, te gesofisticeerd en te specifiek’ zijn om er veel aandacht aan te besteden in de publieke sfeer. Verlichte geesten houden bij hun beoordeling van een bepaald gegeven echter geen rekening met wat een zogezegde meerderheid daarover te vertellen heeft. Verlichte geesten zullen nagaan of de rationele en wetenschappelijke argumenten die Torfs gebruikt in de voorstelling van – in zijn geval – het christelijk geloof al dan niet meer steek houden dan de argumenten die Vermeersch hanteert in de voorstelling van dat geloof. Of een meerderheid van gelovigen eerder aansluit bij Torfs dan wel Vermeersch is in eerste instantie niet belangrijk voor wie gelooft in de kracht van rationaliteit en wetenschap.

Los daarvan is de (minstens impliciete) opvatting dat de meeste gelovigen naïeve fundamentalisten zijn (van wie het geloof bijvoorbeeld in conflict zou komen met de moderne natuurwetenschappen) en/of enggeestige lieden (van wie de denkbeelden een voedingsbodem vormen voor geweld) misschien vandaag een van de hardnekkigste enggeestige vooroordelen. ‘De massa’ is altijd op zoek naar houvast en zekerheid. Vroeger vond de massa in Vlaanderen die in een vanzelfsprekend, nauwelijks bekritiseerd en gesocialiseerd katholicisme. Vandaag vindt de massa in Vlaanderen haar zekerheid in een vanzelfsprekend, nauwelijks bekritiseerd en gesocialiseerd atheïsme. Daarnaast zullen er altijd verlichte individuen zijn, zowel aan gelovige als aan ongelovige zijde, die ruimte bieden aan de twijfel.

In onzekere tijden, waarin mensen zich gemakkelijk laten verleiden door populistische extremen die zekerheid beloven, mag er misschien meer aandacht gaan naar de kunst om te twijfelen – ook aan onze eigen zekerheden en onze eigen neiging tot conformisme, diabolisering en polarisering (à la Trump?).

Hierna het volledige artikel uit 2005 (klik op de afbeeldingen om ze te vergroten):

 

Tertio 7 september 2005Tertio 7 september 2005_2

 

P.S.: In het weekblad Knack van 30 november 2016 staat op pagina 29 een vertaald interview uit Der Spiegel met Brits historicus en publicist Timothy Garton Ash. Een fragment:

Heeft de liberaal het ook niet moeilijk met meningen die hij verwerpelijk vindt? De atheïst verdraagt de gelovige soms even moeilijk als de gelovige de atheïst.

GARTON ASH: Consequent zijn in de tolerantie is voor liberalen soms inderdaad een uitdaging. Ik noem een concreet voorbeeld: de christen die beweert dat homoseksualiteit een zonde is, mag om die reden niet benadeeld worden. Dat verandert als die christen zich niet tot woorden beperkt. Als hij een homoseksuele persoon schade berokkent, bijvoorbeeld door hem een job te weigeren, is de grens overschreden.

Vergelijk dit met een voorbeeld uit het artikel van 2005:

De Italiaanse katholiek Rocco Buttiglione werd bijvoorbeeld niet aanvaardbaar geacht zitting te nemen in de Europese Commissie. Hij had gezegd dat hij homoseksualiteit zondig vond. […] Linkse politici wilden […] Buttiglione uit de Europese Commissie, ook al onderschreef die het principe van de scheiding tussen kerk en staat zeer duidelijk. De filosofieprofessor verklaarde immers dat het belangrijk is “een onderscheid te maken tussen moraal en recht. Vele dingen kunnen als immoreel worden beschouwd en moeten toch niet worden verboden. Ik kan homoseksualiteit een zonde vinden, maar dat heeft geen gevolgen zolang ik het geen misdaad noem. De staat heeft niet het recht zich op dit gebied te mengen.”

Voor alle duidelijkheid: lang niet alle christenen vinden homoseksualiteit een zonde (ik ben zelf christen en beschouw homoseksualiteit niet als zondig). Dat betekent echter niet dat anderen geen andere mening mogen hebben (hoezeer ik het ook oneens ben met die mening). Het is de discriminatie van mensen met een andere dan de zogezegd “liberale, progressieve” mening die een quasi geïnstitutionaliseerde vorm van hypocrisie openbaart. Het westers liberalisme blijkt helemaal niet zo tolerant te zijn als het van zichzelf beweert. Zoiets wordt vroeg of laat afgestraft. De verkiezing van Donald Trump heeft óók daarmee te maken. De satiricus Jonathan Pie zegt het goed:

In plaats van mensen te diaboliseren, ga je er beter mee in debat, en voer je discussies op grond van rationele argumenten. Dát zou “verlicht” zijn. Mensen met een andere mening dan de “liberaal progressieve” afschilderen als “kwaadaardig” en/of “achterlijk”, is een vorm van paternalistisch levensbeschouwelijk imperialisme, een vorm van cultureel totalitarisme. En daar zijn “we” zogezegd toch tegen?