WHY WE HATE – EEN BESPREKING

WHY WE HATEIn de loop der jaren heb ik heel wat materiaal verzameld waarnaar expliciet in de documentaire-reeks Why We Hate wordt verwezen. Ik deel het relevante materiaal graag per aflevering, telkens ook met aanduiding van enkele kerngedachten. Wie interesse heeft in de psychosociale dynamieken die het menszijn beheersen, krijgt op die manier misschien aanzetten tot verdere reflectie.

WHY WE HATE – AFLEVERING 1: OORSPRONG

Kerngedachte 1: de bron van een bepaald soort liefde is dezelfde als die van haat

De eerste aflevering van Why We Hate laat zien hoe het vermogen dat ons in staat stelt om lief te hebben ook de bron kan zijn van haatdragend en gewelddadig gedrag. Empathie (het vermogen om je in te leven in de situatie van iemand anders) leidt niet automatisch tot liefde. Hoe meer we ons bijvoorbeeld verbonden voelen met de mensen van een eigen groep of kliek, hoe haatdragender we soms zijn tegenover mensen die we percipiëren als “vijanden” van onze bondgenoten.

De wereld van apen en mensapen houdt ons een spiegel voor aangaande de bokkesprongen van de empathie. In deze aflevering verwijst evolutionair antropoloog Brian Hare onder andere naar het onderzoek van zijn mentor, primatoloog Frans de Waal, in verband met vergelijkingsgedrag bij kapucijnaapjes. Op het moment dat één van twee zulke aapjes druiven krijgt in plaats van komkommer, wordt het aapje dat komkommer blijft krijgen gaandeweg kwaad. Het is niet de ongelijkheid op zich die voor die kwaadheid zorgt, maar wel het vermogen van het ene aapje om zich in te leven in het andere aapje. Door dat inlevingsvermogen kan het zijn eigen situatie vergelijken met de situatie van het andere aapje.

LINK: FAIRNESS STUDY (FRANS DE WAAL)

Ons menselijk rechtvaardigheidsgevoel, dat natuurlijk te maken heeft met dergelijk vergelijkingsvermogen, kan dus ook kwaadheid, haat en zelfs gewelddadige reacties veroorzaken. De paradox is dat een ervaring van verbondenheid (jezelf kunnen inleven in de situatie van een ander) in sommige omstandigheden leidt tot rivaliteit. Niet het verschil op zich veroorzaakt vaak problemen, wel de mate waarin mensen zich met elkaar identificeren. In dat identificatieproces verdwijnt juist het verschil – althans “theoretisch”. Als we iets verlangen of ambiëren omdat we ons vereenzelvigen met een bewonderde ander, dan zal die ander onze gehate rivaal worden op het moment dat we het wederzijds verlangde object niet kunnen of willen delen.

Kortom, net omdat we ons in de positie van iemand anders kunnen verplaatsen, omdat we kunnen doen alsof we iemand anders zijn, of nog anders geformuleerd, omdat we het vermogen hebben om anderen te imiteren, kunnen anderen ook onze rivaal en onze vijand worden. Het mimetisch (= imitatief) vermogen dat de basis vormt voor ons empathisch vermogen, kan resulteren in vormen van verbondenheid en liefde, maar ook in vormen van vijandschap en haat (voor meer, lees: The Two Sides of Mimesis: Girard’s Mimetic Theory, Embodied Simulation and Social Identification van Vittorio Gallese). René Girard heeft het verlangen op basis van een imitatief identificatieproces, dat soms leidt tot rivaliteit en geweld, de mimetische begeerte genoemd.

LINK: HET GEWELD ZIT DIEP IN ONS (DIRK DRAULANS)

Kerngedachte 2: de liefde voor een sociale status leidt tot zelfhaat en haat tegenover anderen

Cicela Hernandez vertelt in de eerste aflevering van Why We Hate hoe ze van “gepeste” zelf “pester” werd. Ook uit haar verhaal blijkt dat identificatieprocessen aan de basis liggen van haar haatdragend gedrag. Het slachtoffer dat ze het hardst had aangepakt, was een meisje waarin ze zichzelf herkende. Eigenlijk had Cicela naar zichzelf leren kijken door de ogen van wie haar vroeger pestte. Ze begon zichzelf in zekere zin te haten, waardoor ze ook anderen haatte in wie ze zichzelf weerspiegeld zag. Gedurende een vrij lange periode in haar middelbare schoolloopbaan imiteerde ze letterlijk het gewelddadige gedrag van de boosdoeners in haar leven. En waarschijnlijk zouden sommige van haar slachtoffers later op hun beurt pesters worden. Aldus houdt de vernietigende dynamiek van het geweld zichzelf in stand.

Het verhaal van Cicela maakt duidelijk dat het verlangen naar macht en status alweer berust op imitatieve processen. Cicela had geleerd om zich te spiegelen aan degenen die haar pestten, en op basis daarvan was ze beginnen te verlangen naar hun status en machtspositie. Tegelijk vergrootte dat de haat tegenover bepaalde aspecten van haar eigen persoonlijkheid. Kortom, de (mimetisch aangestuurde) liefde voor een sociale status binnen een “eigen” groep impliceert altijd een vorm van zelfhaat.

Anderzijds toont het verhaal van Megan Phelps-Roper in deze aflevering dat de liefde voor een groepsafhankelijk zelfbeeld niet alleen gepaard gaat met zelfhaat, maar ook met haat tegenover anderen. Megan is een voormalig lid van de Westboro Baptist Church, een fundamentalistische groep christenen die het vooral niet begrepen heeft op katholieke christenen, Joden en de LGBTQ-gemeenschap. Binnen de Westboro Baptist Church is er een grote samenhorigheid, geborgenheid, harmonie en vrede. Die vrede is echter gebaseerd op het uitsluiten en demoniseren van zogenaamde “vijanden”. Juist zoals sommige kliekjes in om het even welke context “vrede” creëren door anderen te onderdrukken of simpelweg af te wijzen.

Dat sociale afwijzing een vorm van geweld is met gelijkaardige effecten in de hersenen als fysiek geweld, komt ook aan bod in deze aflevering. School shootings zijn te begrijpen als wraakacties. De jonge daders imiteren het sociale geweld dat hun is aangedaan. Dat hun slachtoffers vaak niets met dat geweld te maken hebben, deert hen niet. In hun kwaadheid op de wereld beseffen ze zelfs niet dat ze eigenlijk zondebokken laten boeten. Bovendien leidt de grote media-aandacht soms tot copycat gedrag. Andere gefrustreerde jongeren die zich sociaal niet aanvaard voelen, zien in het gewelddadige gedrag van school shooters een manier om toch een vorm van sociale erkenning en aandacht op te eisen – zij het negatieve.

LINK: WOMEN AND THE SPIRITUAL CLASH WITH TERROR

Als lid van de Westboro Baptist Church werd Megan Phelps-Roper natuurlijk ook door een groot deel van de samenleving scheef bekeken en afgewezen. Alleen voelde zij niet de noodzaak om die ervaring van afwijzing te compenseren door een of ander fysiek haatmisdrijf. Ze ervoer immers waardering van haar familie.

Kerngedachte 3: kritiek van zelfbeelden is noodzakelijk voor waarachtige liefde en vrede

De getuigenis van Megan Phelps-Roper laat de gevaren zien van elke sociale constructie. Op het moment dat je denkt “verlicht” of “zuiver” te zijn omdat je niet behoort tot een bepaalde groep (in haar geval katholieken, Joden en de LGBTQ-gemeenschap), verblijf je eigenlijk in de duisternis die de menselijke soort al heel haar geschiedenis achtervolgt. De atheïst die zich heeft afgekeerd van bepaalde religieuze waanvoorstellingen en religie als bron van alle kwaad beschouwt, is in hetzelfde bedje ziek als de gelovige fundamentalist die vanuit eenzelfde superioriteitsgevoel het zogenaamd “kwaadaardige” atheïsme veracht.

Zolang het kwaad “buiten” de eigen groep en het eigen hart wordt geplaatst, kan het kwaad juist voortwoekeren. Je hebt dan immers een rechtvaardiging om groepen zogenaamde “boosdoeners”, “onverlichte barbaren” of “perverselingen” af te wijzen, te discrimineren of zelfs te elimineren. De geschiedenis bevat keer op keer de ironie dat het grootste geweld onder zowel religieuze als seculiere regimes wordt gedaan vanuit de overtuiging dat daarmee “een vreedzame wereld” wordt nagestreefd. Om dat soort psychisch, sociaal en/of fysiek geweld te vermijden is kritiek op die overtuiging binnen de eigen groep dus noodzakelijk.

Toevallig kwam Megan Phelps-Roper online in contact met de Jood David Abitbol en zijn blog, Jewlicious. In plaats van haar onmiddellijk te “klasseren”, ging hij met haar het inhoudelijke gesprek aan, meer specifiek het inhoudelijk theologische gesprek. Op die manier kon ze uiteindelijk breken met bepaalde ideeën uit haar groep en kon ze ook kritiek geven op het onrealistische beeld dat ze van zichzelf had gehad. Ze ontdekte dat de “buitenwereld” helemaal niet zo demonisch was als ze gewoon was te denken. Tegelijk ontdekte ze bij zichzelf dat ze helemaal niet zo “moreel superieur” was.

Megan had zich heel haar leven verbonden gevoeld met een groep die hartstochtelijk werd gehaat. In een poging om hun “vijanden” te overtroeven en zich op die manier van hen te onderscheiden, beantwoordde de groep die haat met haatberichten, wat de vicieuze cirkel van de intolerantie uiteindelijk in stand hield. De tragische paradox is dat de poging om de gelijkenissen met anderen te ontkennen ertoe leidt dat mensen juist steeds minder van elkaar verschillen en op elkaar beginnen te gelijken. Hoe meer haat met haat wordt beantwoord, hoe meer de hatende partijen elkaars dubbelgangers worden.

Daarentegen is het erkennen van een gedeelde menselijkheid de mogelijkheidsvoorwaarde om elkaars verschillen werkelijk te leren respecteren. Megans erkenning dat anderen in de eerste plaats “mens” waren zoals zij, maakte de liefde en het respect voor anderen mogelijk, alsook voor zichzelf, niettegenstaande ze werd uitgesloten door haar familie. Alleszins blijkt uit haar situatie dat intolerantie in de eerste plaats ligt bij mensen die anderen uitsluiten en de dialoog weigeren, en niet bij wie uitgesloten wordt.

Kerngedachte 4: geweldloos conflict in plaats van gewelddadige vrede is mogelijk

black-lives-matter-fontElke emancipatorische beweging moet zich afvragen in welke mate ze werkelijk emancipatorisch is. Wil de Black Lives Matter (BLM) beweging bijvoorbeeld geen factor zijn die de polarisatie in de samenleving aanwakkert, dan zal ze mogelijke kritiek niet automatisch mogen zien als een aanval op de beweging zelf. Als ze geen kritiek kan verdragen, dan kunnen vijanden van de beweging immers gemakkelijk zeggen: “Zie je wel, die beweging is niet eerlijk; ze wil bepaalde feiten niet onder ogen zien!” In dat geval speelt de beweging in de kaart van het racisme.

Als de beweging daarentegen werkelijk het racisme wil aanpakken (en dus eigenlijk zichzelf op termijn overbodig wil maken), dan zal ze mogelijke tegenstanders moeten ontwapenen door zich de reflex van een gezonde zelfkritiek eigen te maken. Want je wil niet vervallen in het mechanisme van een gesloten gemeenschap als de Westboro Baptist Church, waarbij een lid dat kritiek geeft op de eigen organisatie onmiddellijk als een “verrader” wordt verbannen. Zoiets houdt op termijn alleen maar een gewelddadige vrede in stand – een vrede die gebaseerd is op het geweld van uitsluiten, discrimineren, haten en elimineren.

Peace I leave with youHet is dus goed dat een beweging als Black Lives Matter ook zogenaamd “dissidente stemmen” uit de eigen, zwarte gemeenschap beluistert. Op die manier wordt ze niet de zoveelste beweging in de geschiedenis van de mensheid die eigenlijk het kwaad in stand houdt dat ze dacht te bestrijden omdat ze haar eigen (fysiek en ander) geweld beschouwt als “goed en gerechtvaardigd”. Het boek Virtuous Violence, dat in de eerste aflevering van Why We Hate te zien is op de tafel van Brian Hare, beschrijft dat proces (zie slides). De mogelijkheid van debat in eigen rangen kan exemplarisch zijn voor het streven naar een samenleving waarin de vrede van geweldloos conflict (respectvolle discussies) het uiteindelijk haalt van de opeenvolgende gewelddadige vredes “van deze wereld”.

LINK: DE NARCIST

LINK: GEEN VREDE, MAAR EEN ZWAARD

LINK: MIMETIC THEORY (RENÉ GIRARD) – VIDEO SERIES

Zie vooral, voor wat de laatste link betreft, het beeldmateriaal van chimpansees dat ook aan bod komt in de eerste aflevering van Why We Hate. Scroll naar PART IV – THE ORIGIN AND EVOLUTION OF CULTURAL FACTS EXPLAINED (2 VIDEOS).

P.S. Een reflectie ter illustratie van inzichten uit de eerste aflevering

Atheïsme brengt niets slechts voort. Je kan niets verkeerd doen in de naam van “er is geen god”.

Atheïsme brengt evenwel ook niets goeds voort. Je kan niets goed doen in de naam van “er is geen god”.

Atheïsme is niet immoreel. Het is ook niet moreel. Atheïsme heeft simpelweg geen onmiddellijke morele implicaties. Het is amoreel.

Vandaar dat seculiere regimes hemels kunnen zijn, maar ook de hel op aarde, wat doorheen de geschiedenis al is gebleken.

Wie denkt dat “de bron van het kwaad” ergens concreet te situeren is volledig “buiten” zichzelf – bijvoorbeeld in “godsdiensten” -, en wie denkt dat de eliminatie van die zogenaamde bron op termijn zorgt voor vrede, stapt eigenlijk mee in een proces dat juist het kwaad veroorzaakt.

Om dat proces te vermijden moet elke emancipatorische beweging – zowel van godsdienstige als van niet-godsdienstige aard – bereid zijn tot zelfkritiek. Doet ze dat niet, dan blijft ze blind voor haar eigen vooroordelen en speelt ze in de kaart van tegenstanders die haar die vooroordelen kunnen aanwrijven. In dat geval groeit de maatschappelijke polarisatie.

Een beweging die geen zelfkritiek toelaat en dissidente stemmen onmiddellijk als “verraders” verbant, wordt zelf de belichaming van een intolerantie die ze dacht te bestrijden. Ze wordt een sektarische, gesloten gemeenschap die zich opsluit in een echokamer.

De geschiedenis bewijst echter dat mensen ook de respectvolle discussies van het democratische “geweldloze conflict” aankunnen, waardoor de uitsluitingsmechanismen van totalitaire “gewelddadige vredes” worden vermeden.

 

WHY WE HATE OUT OF HATE INTO HOPE

Van Goede Vrijdag naar Stille Zaterdag in tijden van pandemie

GOEDE VRIJDAG

Bedrog?

Het verhaal over Jezus van Nazareth die sterft aan het kruis, lijkt het verhaal van een mislukking. Het verhaal over zijn verrijzenis, enkele dagen later, beschouwen sommigen dan ook als een frauduleuze opsmuk van zijn teleurgestelde leerlingen. In dat geval hebben de leerlingen van Jezus overigens niet alleen zichzelf bedrogen. Hun zogenaamd “goede nieuws” over Jezus’ opstanding benevelt, in de optiek van de complotdenkers, al tweeduizend jaar lang ook een groot deel van de wereldbevolking.

Naast het verhaal van Jezus’ bondgenoten, krijgen we echter ook het verhaal van zijn tegenstanders. Misschien vinden we daarin wél aanwijzingen voor de ware toedracht van de gebeurtenissen omtrent die zwerver uit Nazareth. In de gekruisigde Jezus zien zijn vijanden alvast het beste bewijs dat hij een bedrieger is. Hun argumentatie oogt onweerlegbaar: als Jezus werkelijk in het bezit was geweest van goddelijke macht, dan was hij ontsnapt aan zijn lijdensweg.

Machtswellust?

Halfdood aan het kruis krijgt Jezus het nogmaals hard te verduren. Omstanders van divers pluimage vuren het ene na het andere spotsalvo op hem af: “Als je werkelijk de goddelijke Messias bent, red dan jezelf!” Maar Jezus ontsnapt niet aan het lijden, en hij sterft een vernederende en gruwelijke folterdood. Zijn tegenstanders schijnen dus gelijk te krijgen over zijn zogenaamd bedrieglijk karakter.

Crowning of Thorns Caravaggio

De eis om de terechtstelling van Jezus had bovendien enigszins nobel geklonken. Zijn tegenstanders hadden namelijk beweerd een oorlog met veel slachtoffers te willen voorkomen. Hun redenering was de volgende. Vanwege zijn populariteit bij het Joodse volk, hadden de Romeinse bezetters Jezus wel eens kunnen beschouwen als de leider van een nakende opstand. Om te vermijden dat de Romeinen vervolgens een groot deel van de Joodse gemeenschap een kopje kleiner zouden maken, had de Joodse hogepriester Kajafas het offer van Jezus voorgesteld. “Het is beter dat één mens sterft en niet onze hele natie ten onder gaat”, had hij geconcludeerd.

Buitenspel

Er is echter een stuitend gebrek aan bewijzen voor de redenering die Kajafas en de zijnen maken. Dat blijkt onder andere uit een dilemma dat ze Jezus voorschotelen in de periode voorafgaand aan zijn arrestatie. Als ze Jezus vragen of de Joden belasting mogen betalen aan de Romeinse keizer, blijkt uit de repliek van Jezus dat hij niet deelneemt aan de wedijver tussen machthebbers en zij die de macht willen overnemen. Hij vereenzelvigt zich hoegenaamd niet met gewelddadige Joodse revolutionairen, noch met wreedaardige Romeinen die het Joodse volk onderdrukken. “Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is”, antwoordt hij. In de beleving van Jezus heeft de dynamiek van een God die liefde is niets te maken met een dwangmatig verlangen naar gewelddadige almacht over de wereld.

Een sociale orde die een concurrerend spiegelbeeld is van de Pax Romana, is niet de vrede waarnaar Jezus streeft. Hij bepleit de mogelijkheid van geweldloos conflict (respectvol en vruchtbaar debat in ieders belang) tegen de gewelddadige vrede van totalitaire regimes. Zijn vrede manifesteert zich anders dan de manier waarop de vrede van deze wereld vaak vorm krijgt. Een leven vanuit waarachtige liefde offert bestaande sociale en culturele structuren niet op om zijn eigen wetten te stellen. In het licht van de liefde die Jezus bezielt, en waarin christenen God zijn gaan herkennen, is de vraag dan ook niet of je voor of tegen belastingen van het actuele regime bent. Die liefde vraagt wel om een relativering en eventuele hervorming van bestaande regels. Komen belastingen ook ten goede aan de zwaksten in de samenleving, of dienen ze juist machthebbers en hun opvolgers? Ook de rustdag van de Joden – de sabbat – beschouwt Jezus bijvoorbeeld niet als een doel op zich, maar heroriënteert hij ten dienste van elke mens en de hele samenleving. “De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat”, verduidelijkt hij, wanneer zijn handelingen eigenlijk indruisen tegen de letter van de sabbatswetten. Regels en gebruiken die resulteren in een verstikking van menselijk leven – zowel van het eigen leven als dat van medemensen –, behoeven verandering volgens Jezus.

Op geen enkel moment laat Jezus zich verleiden tot het gebruik van geweld om macht te verwerven. De logica van de liefde waaraan hij zich overgeeft, weigert offers. Ze zet het spel om de macht buitenspel. Ze schenkt leven, ook aan vijanden. Als ze hem komen arresteren, slaat Jezus niet terug. Hij verbiedt zijn volgelingen om naar hun zwaarden te grijpen.

“Ik acht hem volstrekt onschuldig,” luidt het verdict van de Romeinse prefect Pilatus enkele uren later. Pilatus heeft Jezus verhoord. Het is hem duidelijk geworden dat Jezus zijn volgelingen niet oproept tot een gewapende strijd. Jezus beoogt naar eigen zeggen een ander soort leiderschap dan een heerschappij die is gebaseerd op het elimineren van vijanden of zogeheten bedreigingen. De beschuldiging dat Jezus de leider van een gewelddadige opstand dreigt te zijn, is dus vals. Niettemin blijft een hele menigte zijn kruisiging eisen, op aansturen van enkele manipulerende leiders. Om de lieve vrede te bewaren, geeft Pilatus het schreeuwende volk waar het om vraagt.

Volbracht

Tot het einde blijven omstanders Jezus provoceren. Aan het kruis is hij degene over wie wordt geoordeeld en over wie schande wordt gesproken. Tot het einde kiest Jezus echter het pad van de vergeving en geeft hij niet toe aan de verleiding om geweld met geweld te beantwoorden.

Vlak voor hij aan het kruis de geest geeft, zegt Jezus niet toevallig: “Het is volbracht.” Op het moment dat zijn stervensproces is voltooid, volbrengt Jezus inderdaad de liefde die radicaal weigert om geweld met geweld te beantwoorden. Elke poging om hem te verleiden tot de wereld van het geweld wordt dan onmogelijk. De logica van het geweld kan zichzelf echter alleen rechtvaardigen als haar slachtoffers medeplichtig zijn aan het geweld. Wat sterft met Jezus aan het kruis is, met andere woorden, het fundament van het geweld zelf. Ook dat stervensproces is volbracht. Het geweld tegen Jezus en de eis om zijn offer blijken zonder grond.

Jezus heeft expliciet geweigerd om een machtsstrijd te ontketenen waarin zowel vrienden als vijanden het leven zouden laten. De dynamiek van de genadige, geweldloze liefde die leven geeft, zowel aan vrienden als aan vijanden of trouweloze vrienden, is dus niet volbracht in de zin van vernietigd. Ze is juist tot voltooiing gebracht en is bijzonder tastbaar in het (samen)leven van mensen – Romeinen en Joden, soldaten en burgers, vrienden en vijanden – die anders misschien oorlogsslachtoffers waren geworden. De gekruisigde Jezus is, met andere woorden, de paradoxale, levende aanwezigheid van de liefde die leven geeft doordat ze zich onttrekt aan iedere machtsstrijd.

Het verhaal over Jezus die sterft aan het kruis is bijgevolg niet het verhaal van een mislukking. Niet de logica van het geweld triomfeert aan het kruis, wel de paradoxale logica van een barmhartigheid die geen offers wil… en die juist daarom zichzelf geeft tot op het kruis. Jezus’ lijden en zijn “offer tegen het offer” zijn niet het gevolg van een heroïsche machtsstrijd waarin (zelf)offers worden gerechtvaardigd. Ze zijn, integendeel, het gevolg van de weigering van die strijd.

De liefde die zichzelf tot het uiterste geeft in de kruisdood van Jezus vormt een blijvende aanklacht tegen alle rechtvaardigingen voor offers in het spel van de niets of niemand ontziende drang naar eer, genot, macht en bezit. Die liefde – kenbaar in het leven van Jezus, maar ook in tal van andere gedaanten – roept ons telkens weer op tot bekering. Ze roept ons op om een leven waarin eer, genot, macht en bezit verstikkende doelen zijn, meer en meer te keren naar een leven waarin eer, genot, macht en bezit louter gevolgen of middelen zijn van de liefde voor onszelf, voor medemensen, en voor de planeet in haar geheel.

De verrijzenis van Jezus, “op de derde dag”, is niets anders dan de openbaring en beginnende bewustwording van wat zich tijdens de kruisiging heeft afgespeeld: het gekruisigde, vergevende slachtoffer is de concrete belichaming van de levende en leven schenkende liefde. Door, met en in Jezus krijgen we misschien wel de meest expliciete uitnodiging om deelachtig te worden aan de dynamiek van die onverwoestbare – en daarom waarachtig “goddelijke” – liefde. Ze wil ons voorbij onze angsten brengen, en biedt ademruimte aan ons eigen leven en dat van anderen.

Dali Crucifixion II Corpus Hypercubus (1954)

Corona

Het verhaal over de kruisdood van Jezus ontmaskert de excuses voor ons eigen geweld. De rechtvaardigingen voor de offers die we keer op keer eisen om onze wereld te structureren, moeten eraan geloven in Jezus’ stervensuur op Goede Vrijdag. In die zin is Jezus “het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.”

Er zijn gelovigen van uiteenlopende gezindten, onder wie soms ook christenen, die in het coronavirus de uitwerking van een transcendente, onontkoombare logica zien. Zij claimen dat God sommige medemensen laat sterven vanwege onze zondigheid. Zij achten die offers noodzakelijk om ons tot inkeer te brengen en de wereld te redden van de totale ondergang. Een seculier equivalent van die logica is bijvoorbeeld een redenering waarbij darwinistische principes worden verabsoluteerd. Een verwijzing naar die principes moet in dat geval de dood van “zwakkeren” rechtvaardigen om zogenaamd “sterkeren” te laten overleven en de wereld, alweer, te behoeden voor de totale ondergang.

Kortom, zowel vanuit gelovige als vanuit ongelovige hoek worden offers soms gerechtvaardigd door te verwijzen naar “krachten waarvan de mens nu eenmaal de willoze speelbal is”. Zulke rechtvaardigingen reproduceren redeneringen zoals die van Kajafas aangaande Jezus’ terechtstelling: “Het is beter dat een offer wordt gebracht en niet onze hele wereld ten onder gaat.”

De liefde die zich belichaamt in Jezus tekent echter verzet aan tegen dat soort ideeën – ook van sommige christenen –, en ontmaskert ze als propagandistische sprookjes. De liefde die geen offers wil, gelooft in de relatieve vrijheid en zelfbeschikking van de mens. Ze gelooft in de menselijke creativiteit. Ze gelooft dat we ons uit dilemma’s kunnen wroeten waarin mensenlevens tegen elkaar worden afgewogen. Weliswaar gaat die onderneming vaak gepaard met mislukkingen en staan we soms wel voor die dilemma’s. Zulke ervaringen nopen alvast tot bescheidenheid over onze mogelijkheden in dit universum. Niettemin kent onze soort successen, ook op medisch vlak. Er zijn wel degelijk ziektes die honderd jaar geleden nog een doodsvonnis waren, maar nu worden overwonnen.

We leggen ons dus niet zomaar neer bij wat de natuur op een bepaald moment beslist. We doen dat tijdens de crisis, veroorzaakt door de corona-pandemie, ook niet. We verzetten ons soms met de moed der wanhoop. Tegelijk merken we hoe de verbondenheid met de zwaksten in onze samenleving ons vaak nieuwe energie geeft. We verdragen vanuit die verbondenheid elk ons eigen lijden, niet omdat we masochistisch van het lijden zelf houden, maar omdat de liefde waaraan we ons overgeven geen offers wil. Dat veroorzaakt af en toe nieuw lijden en verdriet, als we ondanks alle inspanningen toch afscheid moeten nemen van dierbaren. Maar ook dan geven we de liefde niet gemakkelijk op. Die liefde gaat verder, met vallen en opstaan, tegen alle wanhoop en cynisme in, doorheen keiharde realiteit, met vallen… en opstaan.

Ghent Altarpiece Mystic Lamb

STILLE ZATERDAG: EEN PERSOONLIJKE MEDITATIE

Op Stille Zaterdag sta ik stil bij de uitwassen van ons neoliberale model en de slachtoffers die het eist – medemensen, mededieren, medenatuur –, en besef ik meer dan ooit dat ik zelf dat systeem mede in stand houd. Ik kan die manier van leven niet met de vinger wijzen als ik niet tegelijk mezelf met de vinger wijs.

Op Stille Zaterdag sta ik stil bij onderdrukte en gediscrimineerde mensen, bij mensen over wie schande wordt gesproken en die ten prooi vallen aan gemakkelijke oordelen, bij mensen die gemeden worden als de pest en bij mensen die worden gepest.

En ik besef meer dan ooit dat ik zelf niet altijd zo inclusief ben – had ik een vriendschapsverzoek op Facebook niet eens geweigerd omdat de persoon in kwestie een slechte reputatie had of omdat die er afwijkende politieke en levensbeschouwelijke ideeën op nahield?

Op Stille Zaterdag sta ik stil bij narcisten als Donald Trump die zich beter schijnen te wanen dan anderen, en besef ik meer dan ooit dat ik soms heimelijk bij mezelf denk: “Zo verdorven als die man ben ik toch niet.” Ben ik dan niet ziek in hetzelfde bedje als Trump? Iemand als Trump kunnen overladen met alle zonden van de wereld lucht misschien wel eens op, maar het leidt af van het daadwerkelijk aanpakken van de gebreken die ik zelf heb.

Op Stille Zaterdag sta ik stil bij de onverschilligheid van wie niet door het virus wordt geaffecteerd. Wie gezond is, kan gemakkelijk theorieën verkondigen als “groepsimmuniteit kweken door het virus meer zijn gang te laten gaan”… tot die persoon zelf ziek wordt, natuurlijk (of dierbaren van die persoon). Dan smelt de onverschilligheid tegenover mogelijke slachtoffers als sneeuw voor de zon.

Maar nog meer sta ik stil bij mijn eigen onverschilligheid. Het is gemakkelijk om de kansen te zien van deze coronacrisis – tijd om uitgebreider te koken, tijd om te besteden aan werk dat is blijven liggen, tijd om oude vrienden te contacteren – als je zelf niet ziek bent of als je zelf niet dag in dag uit, met alle risico’s van dien, moet zwoegen in ziekenhuizen.

Op Stille Zaterdag sta ik stil bij het gemak waarmee ik onderdeel word van “verontwaardigde” groepen. Ik betoog mij kapot, in opiniestukken of op plaatsen met een massa gelijkgezinden, en steeds enigszins comfortabel en veilig. Tot zover gaat dan mijn heldhaftigheid en openheid. In de lafhartige echokamer van de sociale media laat ik andere stemmen misschien niet eens toe.

Op Stille Zaterdag sta ik stil bij Petrus. Die liet zijn beste vriend Jezus vallen toen een verontwaardigde menigte schande sprak over de gearresteerde Jezus, en toen Jezus het daadwerkelijke slachtoffer werd van het spel van de machtigen.

Op Stille Zaterdag besef ik meer dan ooit dat ik ben zoals die Petrus, en dat ik er af en toe best ootmoedig het zwijgen toe doe.

Guercino_-_St_Peter_Weeping_before_the_Virgin

 

Een Palmzondagmeditatie in tijden van corona

“Sterk als de dood is de liefde.”

Het zijn woorden uit het Hooglied (8, 6), één van de kleinste boeken uit de Hebreeuwse Bijbel. Het is bovendien het enige boek waarin God niet expliciet wordt vermeld.

Als een bundel van rijk geschakeerde, erotische liefdespoëzie, waarin een jonge vrouw het voortouw neemt, kent het Hooglied een navenant rijk geschakeerde interpretatiegeschiedenis. De joodse filosoof Franz Rosenzweig (1886-1929) noemt het boek “Kernbuch der Offenbarung” – het boek dat de essentie van de Bijbelse Godsopenbaring bevat. In ieder geval vertegenwoordigt het Hooglied diepmenselijke ervaringen die van alle tijden zijn. The Beatles schreven ooit “Money can’t buy me love…” Eeuwen geleden zong het Hooglied (8, 7): “Al bood iemand alles wat hij bezit voor de liefde, men zou hem met verachting afwijzen.”

Jaren geleden werd het vers “Sterk als de dood is de liefde” de titel van mijn masterthesis. Een jaar na de voltooiing daarvan, op 30 april 2002, werd een concert opgenomen van de Schola Cantorum Cantate Domino in de Leuvense Abdijkerk Keizersberg. Het betrof een uitvoering van het Requiem van W.A. Mozart (1756-1791). Wijlen E.H. Michaël Ghijs vroeg mij toen om een meditatie te schrijven voor het cd-boekje. Ik was duidelijk nog in de ban van het Hooglied en dat intrigerende vers, want ik schreef onder andere:

“De onverbiddelijke dood maakt geen onderscheid. Geen mens is tegen zijn vernietigende kracht opgewassen. […] Zoals de dood maakt ook de liefde – in de Bijbel gaandeweg erkend als God – geen onderscheid. Maar de uitkomst en toekomst van de liefde zijn anders dan die van de dood. Terwijl de dood alles en allen in dezelfde duisternis en afgrond stort, is de liefde krachtig als een zorgzaam licht dat – paradoxaal genoeg – onderscheid wil maken en zegt: ‘Je mag bestaan en geheeld worden als man, als vrouw, als arme, weduwe en wees…'”

Ik heb die bezinning bij het Hooglied en bij de requiem-tekst herlezen naar aanleiding van Palmzondag en in het licht van de coronapandemie. Het Hooglied spreekt opnieuw, op een nieuwe wijze.

Christ Entry into Jerusalem_Hippolyte_Flandrin_1842

Onze wereld hecht doorgaans veel belang aan sociale status, politieke macht en invloed, rijkdom en meedogenloze sterkte. Het coronavirus niet. Zijn dodelijke angel treft CEO’s met een overvolle agenda even onverwacht als spelende kinderen, werkende mensen zowel als gepensioneerden. Het coronavirus woekert “zonder aanzien des persoons” en hecht geen belang aan wat wij doorgaans zo belangrijk vinden.

Tegelijk kunnen wij ons als mensen inschrijven in een andere dynamiek, die eveneens “zonder aanzien des persoons” waait. De liefde die in het Nieuwe Testament God wordt genoemd, houdt ook geen rekening met status, rijkdom en macht, maar hecht – niet berekenend – gelijkelijk waarde aan eenieder. Ze creëert hoop tegen alle wanhoop in, licht tegen alle duisternis, en ze maakt ons ontvankelijk voor wie wij ten diepste zijn als mensen. De liefde maakt ons ontvankelijk voor onszelf en voor elkaar – voorbij preoccupaties met status, macht, genot en rijkdom. “Wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitgekozen (1 Kor 1, 28a),” schrijft Paulus.

De liefde maakt vaak moeilijke (niet direct populaire) keuzes. Ze is ook bereid om zich over te geven aan een vermoeiende, allesbehalve automatisch aangename verantwoordelijkheidszin. En ze redt daarmee levens.

Vandaag verwelkomen wij, misschien bewuster dan andere dagen, het licht van die nederige liefde. In het bijzonder doen we dat voor onze kwetsbare en gekwetste medemensen. Et lux perpetua luceat eis – Dat het ondoofbare licht hen moge verlichten.

Het onderstaande luisterfragment – het Introitus uit Mozarts Requiem – is afkomstig van de eerder genoemde live-opname van knapen- en mannenkoor Schola Cantorum Cantate Domino uit Aalst, onder leiding van wijlen E.H. Michaël Ghijs. De solo jongenssopraan is Colin De Pelsmaker:

“Geïndoctrineerd door de jezuïeten” (SJC Aalst)

Misschien is het volgende goed nieuws voor de tegenstanders van het godsdienstonderwijs op katholieke scholen en van alles wat naar godsdienst ruikt:

(1) Wij, godsdienstleerkrachten, geloven niet automatisch in God.
(2) Ja, wij godsdienstleerkrachten geven grif toe dat we de jeugd trachten te “corrumperen” met “vreemde” ideeën.
(3) Ja, de christelijke traditie is – zoals andere grote levensbeschouwelijke tradities – ook zeer interessant voor andersgelovigen en niet-gelovigen.

Daaraan wil ik nog een persoonlijke noot toevoegen: ja, ik ben SJC Aalst“gebrainwasht” na jaren werken op het Sint-Jozefscollege, door de jezuïeten en de spiritualiteit van hun stichter, Ignatius van Loyola (1491-1556).

(1)

Pierre Abélard - Quote on DoubtIk twijfel vrij geregeld aan mijn geloof in God. Net zoals atheïsten die filosofisch zijn aangelegd ook wel eens aan hun ongeloof zullen twijfelen. (Niet) geloven is immers iets anders dan weten.

Intussen weet ik echter wel dat de grote spirituele tradities intrinsiek zinvol zijn.

(2)

Van de jezuïeten heb ik bijvoorbeeld geleerd dat vrij zijn niet hetzelfde is als “je zin doen”. Vrij zijn is “jezelf kunnen ontplooien”.

Een alcoholverslaafde die zijn zin doet, blijft verslaafd. Als je kinderen alleen laat eten waarin ze spontaan zin hebben, eten ze misschien teveel snoep, en onvoldoende groenten en fruit. Dat is niet bevorderlijk voor de fysieke en mentale ontwikkeling van kinderen. Door kinderen hun zin te laten doen, ontneem je hen paradoxaal genoeg dus de vrijheid om de best mogelijke versie van zichzelf te worden. Dat soort verwennerij wordt door psychiaters als Dirk De Wachter en Peter Adriaenssens terecht gekarakteriseerd als “pedagogische kindermishandeling”.

Ideaal is natuurlijk dat we vooral “zin” zouden hebben om “onszelf te ontplooien”.

Spijtig genoeg zijn we vaak overgeleverd aan impulsen waarvoor we niet zelf hebben gekozen, en beslissen die impulsen in onze plaats over ons leven. De kunst is om ons op de juiste manier tot die impulsen te verhouden, niet om ze te vernietigen.

Die impulsen kunnen van een eerder natuurlijke aard zijn – zoals in het geval van een ongecontroleerde lichamelijke drang naar snoep of alcohol. Ze kunnen ook van een eerder culturele aard zijn. We vragen ons soms te veel af wat betekenisvol is volgens de normen van het maatschappelijk systeem waarin we ons bevinden.

Wetten zijn goed als ze de voorwaarden scheppen waarin onze zelfontwikkeling kan plaatsvinden. Ze worden op een verkeerde manier benaderd als ze in onze plaats bepalen wie we zogezegd zijn. In termen van de Jezusfiguur uit de evangeliën klinkt dat als: “De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat.” Een leerling die op een frauduleuze manier honderd procent haalt bijvoorbeeld, heeft het evaluatiesysteem tot doel gemaakt. Hij heeft het niet gebruikt als een middel dat hem helpt om zichzelf te ontwikkelen.

Teach us to Give and not to Count the Cost St IgnatiusHet voordeel van een beroepsopleiding is alvast dat leerlingen zichzelf en de wereld uiteindelijk moeilijk iets kunnen voorliegen: een gemetste muur is recht en blijft overeind, of ze is slecht gemetst. Leerlingen in het algemeen secundair onderwijs kunnen zichzelf langer op het verkeerde been zetten. Ze kunnen wiskundige bewijzen “van buiten” leren zonder die te begrijpen bijvoorbeeld, of vertalingen van Latijn en formules van fysica. De Einsteins van deze wereld studeren echter niet om de punten of het geld. Ze ontplooien een gepassioneerde liefde voor de werkelijkheid die ze willen leren kennen.

De ene honderd procent is dan ook de andere niet. “Plus (Latijn: magis) est en vous,” zeggen de jezuïeten. Daarmee dagen ze je uit om gebruik te maken van de ruimte om jezelf te ontwikkelen. Dat betekent niet: jezelf “verbeteren”. Dat betekent wel: jezelf “aanvaarden” met alle mogelijke begrenzingen die daarbij horen, en van daaruit “de best mogelijke versie van jezelf worden”. Als dat op een bepaald moment betekent dat je volgens de normen van een evaluatiesysteem zestig procent behaalt voor fysica, dan is dat maar zo. Die zestig procent is oneindig veel meer waard dan een frauduleus behaalde honderd procent.

De paradox, alweer, is dat jezuïeten vooral de leerling willen uitdagen die op een onwaarachtige manier “goede” punten behaalt. Aan leerlingen die hun zelfwaarde laten afhangen van hun “score” binnen een bepaald maatschappelijk systeem, zeggen zij: “Plus est en vous; wees niet tevreden met wat voldoende of excellent is voor het systeem, maar wees tevreden met wat voldoende of excellent is voor jezelf (en de rest komt dan wel).”

St Irenaeus The Glory of God is a Human Being Fully AliveDe reden waarom een katholieke spiritualiteit in navolging van Christus hamert op een realistische zelfaanvaarding, zelfliefde, zelfontplooiing en ja, een altijd zéér betrekkelijke “zelfbeschikking”, is eenvoudig: ze is de basisvoorwaarde om “God” (zijnde liefde) toe te laten in je leven. Zelfrespect leidt tot respect voor anderen. De alcoholverslaafde die zichzelf niet langer kan respecteren, kan op den duur ook geen verantwoordelijkheid meer opnemen voor anderen.

Alle voorgaande overwegingen zijn extreem godsdienstig. Ze komen uit het hart van de christelijke traditie. Ze zijn ook heel logisch en worden bevestigd door wetenschappelijk onderzoek (zie De Wachter en Adriaenssens). De fabel dat godsdienstige tradities “irrationeel”, “anti-wetenschappelijk” of “immoreel” zouden zijn en dat ze alleen via “cherry picking” zin bevatten, geloof ik dan ook allang niet meer. Ook labels als “conservatief” of “niet meer van deze tijd” zijn niet van toepassing. Die labels getuigen van een stuitend gebrek aan realiteitszin aangaande de hierboven beschreven christelijke theologie en antropologie.

(3)

Alleszins inspireert elke parabel van de Jezusfiguur uit de evangeliën oneindig veel meer dan een gepolariseerd debat over de vraag of God bestaat. Dat weet ik wel zeker.

Zulk debat mondt immers vaak uit in kinderachtig narcistische wedstrijdjes over wie en wat het schadelijkst is voor de wereld: gelovigen en hun godsdienst of ongelovigen en hun seculiere levensbeschouwingen?

“In het dorp waar ik woon weet iedereen dat die imam kinderen misbruikt, en niemand doet er iets aan…” Dat vertelde een atheïst uit Suriname mij ooit. Hij verwees daarnaar om aan te tonen hoe verderfelijk godsdienstige organisaties wel waren. Tegelijk was hij er trots op dat hij niet tot die – in zijn ogen – “achterlijke” islamitische gemeenschap behoorde. Toen ik hem vroeg of hij al iets aan het misbruik van die kinderen had gedaan, bleef hij mij het antwoord schuldig.

Was die man echt bekommerd om het lot van die kinderen? Of was hij voornamelijk bezig met zijn zelfbeeld en wees hij op het misbruik om zich als de “moreel superieure” te profileren? Jezus’ gelijkenis over een farizeeër en een tollenaar (Lucas 18, 9-14) stelt precies die vraag. Als mens zijn we allen onderhevig aan gelijkaardige dynamieken. Precies daarnaar peilt Jezus, en dat is voor iedereen dus zinvol.

Jezus stelt trouwens nooit de vraag naar het bestaan van God. Wat hij wel doet, is mensen via onder andere verhalen een spiegel voorhouden. Hij vraagt ons naar onze diepste drijfveren. Zo ontmaskert hij vaak niet erkende jaloezie en ressentiment, of de eerzucht die zich soms verschuilt achter morele verontwaardiging. Tegelijk daagt hij ons daarbij uit om op een andere manier in het leven te staan – minder angstvallig en met meer vertrouwen. Of je die evident transcendente liefdesdynamiek ook goddelijk noemt, is een andere kwestie.I show you doubt to prove that faith exists Robert Browning

Een levensbeschouwelijk gesprek tussen atheïsten en gelovigen op basis van bijvoorbeeld een concrete parabel lijkt mij dan ook veel zinvoller dan een “wollig” dovemansgesprek over het al dan niet absurde karakter van geloven in God. In plaats van bevestiging te zoeken voor een narcistisch superioriteitsgevoel zouden we ons beter bezighouden met de altijd genuanceerde realiteit. Of is dat een vergissing?

Ignatius of Loyola

Hoe OpenVLD en N-VA zichzelf dreigen te verliezen in hun strijd tegen het katholiek onderwijs

Naar aanleiding van de discussie over de organisatie en de inhoud van het levensbeschouwelijk onderwijs in Vlaanderen schreef ik een opiniestuk voor de website Thomas (over godsdienstonderwijs, KU Leuven). Het stuk kreeg als titel Twee uur levensbeschouwelijke grammatica en woordenschat zijn geen luxe, en werd opgenomen in een online dossier gericht aan de regeringspartijen.

Hierna volgen nog enkele bijkomende bedenkingen.

Korte kroniek van een symbooldossier: politieke spelletjes vs de strijd om een EERLIJK DEBAT

Op de website van Doorbraak (https://doorbraak.be/) verschijnt op 3 september 2019 een artikel van de hand van Pieter Bauwens met als titel Halveren N-VA en OpenVLD aantal uren godsdienst in secundair onderwijs?

Daaruit blijkt dat beide politieke partijen een beknotting van het vak godsdienst beogen, zij het om enigszins verschillende redenen. Dat bemoeilijkt alvast ook op dat vlak een duurzaam pact tussen N-VA en OpenVLD.

Volgens prominente stemmen binnen de N-VA zet het jonge concept van de “katholieke dialoogschool” de deur wagenwijd open voor een sluimerende islamisering van de Vlaamse cultuur. Die kritiek gaat eigenlijk uit van een verkeerde voorstelling van zaken. Niettemin is ze voldoende om een bepaald soort perceptie van het katholiek onderwijs te creëren die kwaad bloed zet bij de bredere achterban van de N-VA. Op de koop toe vervangt de katholieke onderwijskoepel ook nog eens één uur Nederlands in de eerste graad door een nieuw vak Mens & Samenleving – in voege vanaf september 2019. Ook dat is niet naar de zin van veel N-VA’ers. Het vak Nederlands is te belangrijk voor hen om aan de uren ervan te tornen.

Katholieke Dialoogschool.jpg

Zoals N-VA en de andere Vlaamse partijen pleit ook OpenVLD voor een grondig onderwijs van de Nederlandse taal. Wellicht is dat voor OpenVLD voldoende om niet gelukkig te zijn met de afschaffing van een uur Nederlands in de eerste graad van het katholiek onderwijs. Anderzijds kunnen de Vlaamse liberalen moeilijk ontevreden zijn over de lesruimte die een vak als Mens & Samenleving krijgt. Ze ijveren immers al jaren voor de invoering van een vak LEF (“Levensbeschouwing, Ethiek, Filosofie”), en Mens & Samenleving sluit daar inhoudelijk bij aan.

Sterk Nederlands taalonderwijs hangt natuurlijk niet alleen af van het aantal uren Nederlands op een school. Toch schijnen N-VA en OpenVLD vastbesloten om meer uren voor het vak Nederlands te voorzien. Beide partijen zijn het er blijkbaar over eens dat omwille daarvan één van de twee uren godsdienst moet sneuvelen.

Het zal nog moeten blijken of een politieke overwinning op één aspect van het taalbeleid van de katholieke onderwijskoepel opweegt tegen de mogelijke verliezen. OpenVLD zou erin moeten slagen om het enig overgebleven uur godsdienst te laten verdwijnen als ze het vak LEF alsnog op een gebrekkige manier wil invoeren (als een vak van één uur, wat de inhoudelijke ambities van LEF compleet onmogelijk maakt). Of het zou moeten zijn dat OpenVLD eraan denkt om te knippen in het pakket van andere vakken (bijvoorbeeld geschiedenis), maar dat lijkt onwaarschijnlijk. Het is bovendien nog maar de vraag of het vak LEF uiteindelijk nog nodig is. Naast het nieuwe vak Mens & Samenleving is er immers ook een nieuw leerplan voor godsdienst. Dat plan voldoet in meerdere opzichten aan basisverzuchtingen van voorstanders van LEF. De eliminatie van het vak “godsdienst” zou dan vooral een symbolisch statement zijn.

Eist OpenVLD werkelijk dat het katholiek onderwijs het vak godsdienst opgeeft en daarmee ook de vrijheid om zichzelf te zijn? Zal OpenVLD principieel maar één levensbeschouwelijk pedagogisch schoolproject toelaten, inhoudelijk bepaald van staatswege? Dat druist in tegen alle basisprincipes van een partij die zichzelf “liberaal”, “democratisch” en “rationeel” noemt.

Kortom, in haar ideologische strijd tegen de essentie van het katholiek onderwijs bestrijdt de Vlaamse liberale partij paradoxaal genoeg ook zichzelf.

Het is bijzonder twijfelachtig dat N-VA zal meegaan in het begraven van een vak dat essentiële aspecten belicht van levensbeschouwelijke tradities die – ten goede en ten kwade – bepalend zijn geweest voor het Europese zelfbegrip.

Niemand is gebaat bij een cultureel maatschappelijke afkalving door een verzwakt levensbeschouwelijk onderwijs, ook niet als daardoor een zogenaamde “vijand” lijkt te worden vernietigd. De pluraliteit aan stemmen in Vlaanderen heeft bestaansrecht. Laten we dat zo houden.

P.S.: Eerder schreef ik een pamflet dat een aantal verkeerde veronderstellingen en soms valse aantijgingen over het huidige godsdienstonderwijs in kaart brengt en kritisch belicht. Daarvan lees je de korte versie hier, de volledige versie hier.

Het pamflet werd door meer dan 1000 mensen ondertekend (van jong tot oud, van gelovigen tot ongelovigen, van studenten tot professoren). Alsnog ondertekenen kan via volgende link: https://www.kuleuven.be/thomas/page/godsdienst-met-of-zonder-lef/

Katholieke Dialoogschool (vak rooms-katholieke godsdienst)

De storm is voorlopig gaan liggen, maar de ronduit oneerlijke manier waarop sommige opiniemakers het debat over het levensbeschouwelijk onderwijs vaak voeren, vereist een blijvende kritische en wetenschappelijk gefundeerde waakzaamheid.

Joël De Ceulaer is één van die opiniemakers. De inleiding van Knack op een artikel van hem aangaande levensbeschouwelijk onderwijs liegt niet om de laag-bij-de-grondse “trukendoos” die soms wordt bovengehaald:

“Naar aanleiding van de jihadistische aanslagen in en rond Parijs pleitte Knack-journalist Joël De Ceulaer in het Radio 1-programma Hautekiet voor de afschaffing van levensbeschouwelijke schoolvakken. Herlees hier de ‘Lastpost’ die hij daarover schreef in Knack van 5 november 2014.”

Joël De Ceulaer opnieuw pamflet Godsdienst met of zonder LEF

Gelukkig zijn de traditionele media niet de enige spreekbuis meer. Er zijn genoeg nieuwe kanalen waarlangs “dissidente stemmen” zich kenbaar kunnen maken, tot spijt van wie het benijdt…